Hoogwatergeul bij Maaswerken in Lomm

De planning van de aanleg van een hoogwatergeul nabij Lomm (Limburg, NL) maakte een uitgebreid archeologisch onderzoek mogelijk. De verschillende fasen van onderzoek heeft daarbij met name op het gebied van de landschaps- en vegetatieontwikkeling veel nieuwe inzichten opgeleverd. De ontwikkeling van het landschap en de vegetatie kon gereconstrueerd worden vanaf het einde van de laatste IJstijd tot de Nieuwe tijd.

Gedurende de Jonge Dryas bestond het plangebied uit een vlechtend rivierterras met een stelsel van brede en ondiepe geulen. Het landschap was open en de vegetatie bestond uit kruiden en dwergstruiken. Door de opwarming van het klimaat aan het begin van het Holoceen veranderde de rivier de Maas in een meanderende rivier en werd een diepe geul ingesneden. Gedurende het Holoceen werd de open vegetatie geleidelijk vervangen door berken- en  dennenbossen en later door dichte gemengde eikenloofbossen.

De eerste aanwijzingen voor de aanwezigheid van de mens in het landschap worden gevonden in de Late Bronstijd. In deze periode werden de eerste open plekken gecreëerd in de bossen voor akkertjes en nederzettingen. In vergelijking met de Late Bronstijd waren de bossen in de IJzertijd al iets meer open door kleinschalige akkerbouw, beweiding met vee en nederzettingen. In de Late Bronstijd werd op graanakkertjes met name gerst, emmertarwe en mogelijk ook eenkoorn en haver verbouwd. In de IJzertijd werd daarnaast ook erwt of linze gegeten. Het landschap gedurende de Bronstijd en IJzertijd was echter nog relatief dicht bebost in vergelijking tot andere gebieden in Nederland. Door de aanleg van akkers en nederzettingen verdween de natuurlijke bosvegetatie in het noordelijke deel van het plangebied in de Romeinse tijd grotendeels. Ook werden in deze periode delen van de elzenbroekbossen gekapt en vervangen door weidegronden. Het zuidelijke deel van het plangebied blijft echter nog lange tijd relatief dicht bebost. Tijdens de Middeleeuwen raakte ook dit gebied steeds verder ontbost, toch bleven ook hier in deze periode bossen aanwezig. Deze bossen waren wel meer open geworden, waarbij zich stukken met grasland hebben kunnen ontwikkelen ten koste van de elzenbroekbossen. In het noordelijke deel zette de ontbossing verder door en was het oorspronkelijke gemengde bos in de Middeleeuwen geheel verdwenen.

Landschapsontwikkeling