Enkhuizen Kadijken 

Ten noordwesten van de stad Enkhuizen, waar zich nu de nieuwbouwwijk ‘Kadijken’ bevindt, ligt een archeologisch waardevol terrein met sporen van een uitgestrekte nederzetting uit de Midden- en Late Bronstijd. In 2007 en 2009 zijn grote delen van het terrein door middel van opgravingen vlakdekkend onderzocht. Dit archeologische onderzoek heeft veel nieuwe informatie opgeleverd over de bronstijdbewoning in West-Friesland. Het bewoonde gebied is een stuk groter geweest dan voorheen werd aangenomen. Zo bleken ook de lager gelegen kwelders van West-Friesland in de Bronstijd geschikte locaties om te wonen en te akkeren. De grenzen van de nederzetting zijn in de opgraving nergens bereikt.

De ondergrond van West-Friesland bestaat voor een groot deel uit wad- en kwelderafzettingen. Het plangebied Kadijken bevindt zich op kwelderafzettingen tussen twee kreekruggen. Tijdens het archeologisch onderzoek is een terrein van 6 hectare opgegraven. Tot de vroegste sporen behoort een grafheuvel met ringsloot, die midden in het onderzoeksgebied op een smalle verzande kreekrug is aangetroffen. De meeste sporen en vondsten dateren in de Midden- en Late Bronstijd (1500-800 v. Chr.). Uit deze periode dateren twaalf huisplattegronden. Van de driebeukige boerderijen resteren twee rijen binnenstijlen en daaromheen een huisgreppel. De lengte van de huizen varieert van 16 tot 22 m. In slechts één geval is sprake van meerdere bouwfasen.

Over het opgegraven areaal verspreid zijn ruim 250 ronde kringgreppels en kuilenkransen aangetroffen, die als graanmijten zijn geïnterpreteerd. Het onderzoeksgebied wordt verder door vele greppels doorsneden. De meeste daarvan worden als perceelgreppels beschouwd. Er zijn ook vrij veel sporen van hekken en afrasteringen in de vorm van (tientallen meters lange) rijen houten staken.

Tijdens het onderzoek zijn ca. 15.000 vondsten uit de Bronstijd geborgen. Het grootste deel van de vondsten bestaat uit dierlijk botmateriaal, waarvan rund in aantal en gewicht domineert. Daarnaast komen botten van schaap, geit, varken, paard en hond en de wilde soorten zwijn, edelhert, bever, eland en zelfs bruine beer voor. Het kleine dierlijk botmateriaal, meest verkregen door het zeven van greppelvullingen, bestaat uit resten van diverse eend- en ganssoorten, havik, houtsnip, kemphaan en een lijster. Onder de meer dan 3.000 visresten zijn brasem, meerval, snoek, paling en baars aanwezig.

Er zijn ca. 3.000 aardewerkscherven gevonden. Deze kunnen verdeeld worden in Hoogkarspel-oud en Hoogkarspel–jong aardewerk. Het aardewerk van de Hoogkarspel-oud groep bestaat hoofdzakelijk uit dikwandige ton- en emmervormen met grove magering. Het Hoogkarspel-jong aardewerk kent dunwandige emmer- en dubbelconische vormen, schalen, bakjes, miniatuurpotjes, lepeltjes, napjes, schijven en conische voorwerpen. Beide aardewerkgroepen zijn in aantal gelijk vertegenwoordigd, maar een groot verschil zit in de verspreiding van beide groepen. Het Hoogkarspel-oud aardewerk komt vooral uit de huisgreppels en het Hoogkarspel-jong is uit slechts drie greppels afkomstig, die worden geassocieerd met de laatste bewoningsfase, toen terpen werden opgeworpen. Versiering komt op het Hoogkarspel-jong aardewerk nauwelijks voor, hetgeen een aanwijzing is dat het aardewerk bij de laatste fase van de Late Bronstijd hoort.

Een spectaculaire vondst kwam uit een waterput; een visfuik met een lengte van 130 cm en een breedte van 40 cm. De fuik, vermoedelijk gebruikt bij het vangen van paling, bestaat uit wilgentenen die bij elkaar gehouden worden door windingen van touw. Alleen de inkeling ontbreekt.

De ononderbroken bewoning is grofweg in vier fasen ingedeeld. De grafheuvel hoort bij de eerste fase. In deze en de volgende fasen lijken er minimaal twee gelijktijdige huizen te zijn. In het begin van de Late Bronstijd kan de bewoning zich iets buiten het onderzoeksgebied hebben verplaatst. In de laatste fase worden er terpen op de hogere kreekruggen buiten onderzoeksgebied opgericht. Men stelde zich op deze wijze te weer tegen vernatting en overstroming. Het is niet te zeggen in hoeverre klimaatverandering daarbij een rol speelde. Kort na 800 v.Chr. hebben alle bewoners het gebied verlaten.

Enkhuizen Kadijken

Dit onderzoek is gepubliceerd in ADC Monografie 11

Enkhuizen Kadijken

 

filmpje Enkhuizen Kadijken