Zuiderdijk Drechterland

De Zuiderdijk, het deel van de Westfriese Omringdijk tussen Hoorn en Enkhuizen, wordt versterkt. Daarom is in opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in 2010 en 2011 op totaal zeven locaties archeologisch onderzoek verricht.

De oudste fase van de Zuiderdijk dateert vermoedelijk uit de 12-13de eeuw. Toen werd het Drechterland, het gebied waar de Zuiderdijk onderdeel van uitmaakt, ontgonnen. Voor de ontginning zijn individuele dijken aaneen gesloten, waardoor rond 1250 de westfriese omringdijk tot stand kwam.

In de 15de en 17de eeuw zijn delen van de dijk verhoogd en voorzien van een palenrij of een wierriem. Een wierriemmen en paalweringen is een dikke ‘muur’ van samengeperst wier die tegen de dijk werd aangezet. De wierriem werd op zijn plek werd gehouden met een gording, een houten dwarsverbinding.

In de 18de eeuw bleek deze manier niet meer te voldoen vanwege de aantasting van de palen door paalworm. Daarom werd besloten de dijken te versterken met een glooiing van grote keien, de Noordse stenen. In de 19de eeuw werden de dijken grootschalig opgehoogd met puin en vanaf het einde van de 19e eeuw werd ook basalt toegepast.

Het archeologisch onderzoek bood de kans om bovenstaande ontwikkeling van de dijk in detail te bestuderen. Verder kon op een locatie tussen Oosterleek en Venhuizen een ‘spuiter’ uit de 17de eeuw onderzocht worden. Dit is een inlaat waarlangs men het zeewater gecontroleerd naar de polder achter de dijk kan laten stromen. Dit om in tijden van droogte het niveau in de sloten op peil te houden. Pas in de zomer van 2011 werd deze 17de-eeuwse inlaat buiten werking gesteld om vervangen te worden door een modern exemplaar.

Drechterland inlaat

 

Drechterland dijkdoorsnede