Booronderzoek

Een bureauonderzoek wordt vaak gecombineerd met boringen. Aan de gelaagdheid en de kleuren van de opgeboorde grond kunnen we zien of er sporen van menselijke activiteit in de bodem zitten. Ook vondsten, zoals scherven, geven daarvoor belangrijke aanwijzingen. Hoeveel we boren en hoe diep, hangt af van het gebied dat we onderzoeken.

We beginnen altijd met een verkennend onderzoek. Dat doen we om het verwachtingsmodel (het resultaat van het bureauonderzoek) te toetsen en de kans op eventuele archeologische waarden in te schatten. Meestal breiden we dit onderzoek uit en doen we ook een karterend booronderzoek. Hiermee bepalen we of er daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn. Soms doen we ook een waarderend booronderzoek. Hiermee bepalen we ondermeer de staat van conservering, de omvang en de verspreiding van de archeologische resten. In de praktijk betekent dit dat we meer boren.

De gegevens van het booronderzoek verwerken we samen met de resultaten van het bureauonderzoek in een kort en helder rapport met een duidelijk advies: vrijgeven van de grond of eventueel vervolgonderzoek.

 

Booronderzoek