Graf onder Hanzelijn

4200 jaar oud graf vol bloemen onder Hanzelijn

11-04-2012 - Archeologen van ProRail blijken een spectaculaire vondst te hebben gedaan tijdens de aanleg van de Hanzelijn. Bij Hattemerbroek is een ruim 4200 jaar oud graf ontdekt dat bij de begrafenis gevuld is met de bloemen van de Moerasspirea. Er zijn ook pollen ontdekt die sterk op Cannabis Sativa lijken, bekend van gebruik in nederwiet. De Hanzelijn verbindt zo niet alleen de Randstad en Noord- en Noordoost-Nederland, maar ook verleden met toekomst.

-- Bekijk ook de uitzending in het NOS journaal van 11 april 2012 --

Bij nieuwbouw van spoor en stations helpen ProRail-archeologen historische vondsten voor komende generaties te bewaren. Door zelf speurwerk te initiëren, is de kans bovendien kleiner dat een bouwproject door een vondst ineens stilgelegd moet worden.

Ontdekking

ProRail maakt de vondst vandaag bekend, nu een boek over het archeologisch onderzoek rond de Hanzelijn beschikbaar is gekomen. Het boek is overhandigd aan de archeoloog van de regio Noord-Veluwe en is tot stand gekomen met hulp van Vestigia bv en Archol/ADC. Het graf is ruim vijf jaar geleden in de omgeving van Hattemerbroek aangetroffen en is sinds die tijd bestudeerd wat nu tot het boek van ruim 650 pagina's heeft geleid. Zo moest onder andere onderzoek gedaan worden naar de datering van de materialen en de bloempollen. De Hanzelijn komt bij Hattemerbroek samen met de spoorlijn Zwolle-Amersfoort. In die omgeving is sindsdien grootschalig spoorwerk verricht zoals de bouw van een viaduct over de A28, een fly-over en een dive-under.

Graven

In Hattemerbroek zijn in totaal twee prehistorische graven gevonden in het kader van de bouw van het spoortraject. Het eerste graf stamt uit de zogenaamde Enkelgrafcultuur en dateert vermoedelijk uit circa 2800-2400 v. Chr. aangezien er een beker gevonden is uit die tijd. Gedacht wordt aan een kindgraf aangezien het een vlakgraf is en de beker klein van omvang.

Nederwiet

Het tweede graf biedt een uniek kijkje in de relaties van de steentijdmens. Het graf is met zeer veel zorg omkleed en moet een gedenkwaardige begrafenis zijn geweest. Het draagt kenmerken van de Klokbekercultuur en dateert daarom waarschijnlijk uit de periode 2459-2203 v. Chr. De overledene is begraven in een kuil waarvan de randen zijn afgezet met houten planken. Op de bodem van de kuil heeft waarschijnlijk een rieten mat gelegen waarop de bloemen van moerasspirea zijn gelegd. Gezien de hoeveelheid pollen in de kuil moeten dit veel bloemen zijn geweest en verondersteld mag worden dat de bodem daar geheel mee bedekt was. Naast de bloemen van de moerasspirea zijn in het graf ook pollen aangetroffen die sterk lijken op hennep (Cannabis Sativa). Archeologen houden een slag om de arm aangezien het de eerste henneppollen in Nederland zouden zijn.

Aan beide planten wordt een geneeskrachtige werking toegeschreven. Moerasspirea werkt koortsverlagend en Cannabis (medicinaal) wordt tegenwoordig onder andere gebruikt bij chronische pijn. De vraag is dan ook of de persoon in het graf overleden is als gevolg van ziekte. Aangezien in het graf ook pollen van gerst en/of tarwe zijn aangetroffen, is het ook mogelijk dat de aangetroffen planten als voedsel aan de overledene waren meegegeven.

Sieraden

Er zijn daarnaast barnstenen voorwerpen gevonden (kralen, knopen en hangers) die mogelijk deel uitmaakten van enkele sierraden. Elf stukken die bij het hoofd lagen worden geassocieerd met een hoofddeksel, aangezien de kralen parallel lagen aan elkaar. Drie stuks barnsteen rond het middel maakten mogelijk deel uit van een gordel of riem en verder lagen in het graf een mesje van vuursteen en twee zogeheten klokbekers.

Archeologie van de Hanzelijn

De Hanzelijn is aangelegd in een deel van Nederland waarvan vanuit archeologisch optiek weinig over bekend was. Het archeologisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden heeft een doorsnede van de landschappelijke ontwikkeling gedurende een periode van 11.000 jaar kunnen geven, vanaf het Mesolithicum (midden-steentijd; 8800-7100) tot aan het heden.

Steentijd-industrie

In de Hanzelijn zijn zowel in Flevoland als in Hattemerbroek aanwijzingen aangetroffen van iets dat in de archeologie “special activity sites” wordt genoemd. Het betreft hier vindplaatsen die zich kenmerken doordat er slechts één of enkele activiteiten plaatsvinden, in dit geval het vervaardigen van pek of teer uit dennenhout of berkenbast en mogelijk berkenteerolie. Er zijn namelijk resten van potten gevonden die voor de vervaardiging kunnen worden gebruikt.

Lijm

De veronderstelling is dat in de omgeving van Dronten en Hattemerbroek teer of pek in de steentijd is gemaakt en gebruikt als universele lijm. Het kan bijvoorbeeld gebruikt worden om stenen onderdelen te verlijmen op een houten of benen ondergrond (pijlschachten, bijlstelen e.d. zie vindplaats Tlokowo, Polen). Daarnaast werd het hoogstwaarschijnlijk gebruikt om objecten waterdicht te maken, zoals kleding, schoeisel, vaartuigen, waterputten e.d. (zie vindplaats Erkelenz-Kuckhoven, Duitsland). Daarnaast is het mogelijk om de duurzaamheid van vis- en of jachtnetten te verlengen. Een essentieel materiaal dus dat bijdraagt in de zorg voor primaire levensbehoeften (water, voedsel, onderdak, kleding en medische hulp).

Bron: Prorailpersberichten

Terug naar overzicht


Reacties (0)


Geef een reactie





Toegestane tags: <b><i><br>Voeg een nieuwe reactie toe: