Nieuws & Opinie

08-06-2017. 9 en 14 juni open middagen bij opgraving Odijk!
Meer lezen ›

17-05-2017. Live: opgraving vroegmiddeleeuws grafveld in Veldhoven
Meer lezen ›

04-05-2017. Anouk Veldman presenteert Huis van Hilde bij de EMYA 2017
Meer lezen ›

ADC Monografie 19 - De noordelijke Maasvallei door de eeuwen heen

Vijftienduizend jaar landschapsdynamiek tussen Roermond en Mook. Inventariserend archeologisch onderzoek ‘Verkenning Plus’ Project Maasvallei voor vijftien plangebieden

F.S. Zuidhoff en J. Huizer (red.), 2015. Amersfoort. 490 pp. Met CD

In het kader van de beleidsontwikkeling archeologie Maasvallei heeft ADC ArcheoProjecten in opdracht van de provincie Limburg een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd voor 18 plangebieden gelegen tussen Mook en Roermond. Het resultaat van het onderzoek is een verbeterde reconstructie van het landschap gedurende de laatste 15.000 jaar en de beschrijving van de potentie van het landschap in relatie tot het gebruik en bewoning door de mens.

Gedurende de laatste ijstijd (Laat-Paleolithicum) bestonden het dal van de Maas uit een brede riviervlakte met een stelsel van vele meestal brede en ondiepe geulen. Bewoning was alleen mogelijk op de hoger gelegen rivierterrassen. Aan het begin van het Holoceen (Vroeg-Mesolithicum) was er een stijging van de temperatuur evenals een toename van de neerslag. Als reactie op deze klimaatveranderingen sneed de rivier zich in. Waar de Maas zich in het Vroeg-Holoceen (Preboraal-Boreaal/Vroeg-Mesolithicum) lateraal heeft verplaatst zijn er kronkelwaardruggen ontstaan. In het Mesolithicum t/m de Bronstijd konden zowel de hogere delen van het Jonge Dryas-terras als de kronkelwaardruggen bewoond worden, omdat er slechts weinig overstromingen waren. In Well Aijen is echter gebleken dat in het Mesolithicum en Neolithicum vooral de kronkelwaardruggen in gebruik waren. De hoge delen van het Jonge Dryas-terras is vooral bewoond geweest vanaf Bronstijd tot aan de Vroeg-Romeinse tijd. Het gebied direct grenzend aan de Maas werd – ondanks de soms lagere ligging van het Jonge Dryas-terras - in de IJzertijd en Romeinse tijd gebruikt voor grafvelden en culturele activiteiten. In de Romeinse tijd trad door grootschalige ontbossingen aanzienlijk meer sedimentatie op als gevolg van een verhoogde rivierafvoer en sedimentlast. Hierdoor zijn opnieuw kronkelwaardruggen ontstaan. Het gebied was als gevolg van de overstromingen niet meer aantrekkelijk voor de mens om zich te vestigen. Wel kunnen er in de Vroege Middeleeuwen activiteiten in het gebied geweest zijn die duiden op ijzerwinning en houtskoolvervaardiging.

ADC publicaties zijn verkrijgbaar bij SPA Uitgevers

ADC Monografie 19 De noordelijke Maasvallei door de eeuwen heen